Omgang honden met gedragsproblemen

Honden met gedragsproblemen zijn honden die de leiding hebben overgenomen van de eigenaar of het gehele gezin, wij zien dit als een probleemgedrag.

Waarom zien wij dit als een gedragsprobleem? Hoe moeten wij hiermee omgaan? Wat doen wanneer het gedrag terug komt? In dit artikel probeer ik hierop een antwoord te geven.

Honden met een probleemgedrag, zoals wij dit zien, zijn honden die de leiding in het gehele gezin hebben overgenomen. Het is geen probleemgedrag, eigenaren zijn niet duidelijk naar de hond geweest, terwijl de hond het iedere maal dit wel aangeeft, maar wij de signalen niet of nooit hebben gezien of willen opvangen. Meestal begint dit al wanneer nieuwe eigenaren een pup aanschaffen, het wordt door ons zielig gevonden dat de pup zijn/haar broertjes of zusjes mist en wij de pup willen troosten en de pup overvoeren met in onze ogen alle liefde, waardoor wij en de pup de realiteit verliezen.

Vaak begint het gedrag te veranderen wanneer de pup begint met het wisselen van zijn melkgebit naar het blijvend gebit. Dit is gedragsverandering, de pup komt in de pubertijd. De pup mocht in het begin overal op en afspringen, in spullen bijten, grommen, blaffen en bijten naar de eigenaar of de overige gezinsleden, op de bank liggen.

Nu de hond een gedragsverandering ondergaat (pubertijd) vinden eigenaren dat de hond gedragsproblemen heeft, dat verholpen moet worden. De gedragingen die de hond vertoond zijn goed te verhelpen, eigenaren moeten hier voor open staan, eigenaren moeten veranderen, zij moeten weer de leiding overnemen.

Honden willen geleid worden, een roedelleider die beslissingen gaat nemen, maar, wanneer deze niet aanwezig is dan zal de hond dit op zich nemen, dit gedrag kan al beginnen wanneer de hond nog erg jong is, en waarschijnlijk een sterk karakter heeft.

Wordt er een pup aangeschaft dan moet de nieuwe eigenaar beseffen dat de pup al opgevoed is door de teef, zij is duidelijk geweest naar haar kroost. De nieuwe eigenaar moet deze rol overnemen en gelijk al regels stellen voor het gezin en voor de hond. Hoe gaan wij om met het nieuwe gezinslid. Duidelijkheid en grenzen aangeven. Een hond voedt je op zoals je je eigen kind opvoedt, duidelijke regels. De hond observeert je al wanneer je deze uit het nest haalt en binnen een dag heeft de pup al door wat voor vlees in de kuip deze heeft.

Eigenaren moeten leren dat zij beslissingen nemen, zij moeten leren om de eigen hond weer te leren lezen, observeren van de hond, kijken naar houding, oren en staart maar ook naar de bek en beharing, hoe loopt de hond, soepel of gespannen, maakt zich groot, hond geeft enorm veel informatie af, maar wijzelf geven de hond ook veel informatie. De hond is erg gefocust op gedragingen die wij als roedelleider vertonen.

Corrigeren van de hond wordt gedaan door gebruikmaking van stem en houding, wanneer de hond niet bereikt kan worden wanneer deze in een bepaalde modus zit dan zal de hond gecorrigeerd moeten worden door gebruikmaking van een slipband/ketting of een vaste band. wanneer de hond gecorrigeerd wordt blijf rustig en duidelijk, nooit gaan schreeuwen, dit is onmacht van de eigenaar waardoor de hond alleen maar meer in verzet komt. Met rust overzie je de situatie beter en is de hond beter te bereiken.

De hond verliest zijn leiderschap, zal zich hierbij neerleggen, maar kan ook het gevecht aangaan die voor de eigenaar als zeer vervelend en pijnlijk kan ervaren worden.